Een koloniale, etnisch-religieuze, terroristische apartheidsstaat

4 september 2025, leestijd 20 minuten

Ik wandel met onze oppashond het park uit en wil de straat oversteken. “We wachten even tot deze auto voorbij is”, zeg ik tegen de hond. De chauffeur geeft een dot gas en met veel kabaal en te hoge snelheid schiet de 400 pk Mercedes G-Klasse het kruispunt over. Dit is het gebruikelijke machogedrag van de marechaussees die regelmatig door onze buurt rijden. De marechaussee noemt de voertuigen op sociale media liefkozend Mean Machines! Ik heb hen nooit op rustig rijgedrag kunnen betrappen. Je moet kennelijk stoer doen om de verveling te verdrijven bij de bewaking van de Joods-orthodoxe scholen in de buurt. 

Elke schooldag staan twee terreinwagens met vier marechaussees bij de scholen. Vóór schooltijd inspecteren zij de buurt op verdachte omstandigheden. Zij zetten de straten af voor gemotoriseerd verkeer wanneer de kinderen naar school komen en wanneer zij de school verlaten. De beveiliging met betonblokken rond de gebouwen, hoge muren en hekken, verlichting en bewakingscamera’s, wordt kennelijk niet toereikend geacht. De overheid geeft een vermogen uit aan de permanente inzet van vier marechaussees en hun voertuigen onder schooltijd. Het mag wat kosten.

Een motie van Kamerlid Esther Ouwehand over gehoor geven aan de oproep van de WHO en humanitaire organisaties om een aantal kinderen uit Gaza met de hoogste medische noden te laten behandelen in Nederlandse ziekenhuizen, haalde net geen meerderheid. Daar willen de rechtse partijen geen geld aan uitgeven. Ook haar motie over uitspreken dat het kabinet de rechtsstaat en het internationaal recht voluit, in woord en daad, moet respecteren en verdedigen (zeg maar “gewoon doen wat je toch al moet doen”) haalde het niet. De rechtse partijen laten zich weinig gelegen liggen aan naleving van wet- en regelgeving en internationale verdragen.

Hoe komt het toch dat een deel van de westerse landen en hun inwoners zo vooringenomen oordelen dat Joden en Israël goed zijn en bescherming behoeven en dat Palestijnen slecht zijn en als terroristen bestreden moeten worden? In een aantal westerse landen word je gearresteerd wanneer je voor hulp aan Palestijnen demonstreert of de verkeerde sjaal draagt. Zelfs een afbeelding van een watermeloen kan aanleiding zijn voor politie-ingrijpen. Rechtse partijen en christenen beroepen zich op een vermeende Joods-christelijke traditie in Europa en vergeten dat Joden juist in Europa lang gediscrimineerd en vervolgd werden, terwijl zij vreedzaam samenleefden met moslims. 

Alles lijkt al te zijn gezegd en geschreven over de gruwelen in het Midden-Oosten, maar de verbijstering wordt er niet minder door. Hoe is dit mogelijk? Hoe heeft de wereld dit laten ontstaan en laten gebeuren? Waarom blijft een groot deel van de landen en de mensen, de schuldigen aan vernietiging van steden en dorpen, etnische zuivering en genocide onverkort steunen? 

De situatie is gestoeld op een complexe ontstaansgeschiedenis. Ik heb deze hierna geprobeerd samen te vatten. Niet om iets toe te voegen aan wat al bekend is, maar om voor mijzelf orde in de chaos te scheppen[1]. Over deze schrijnende situatie spreken of schrijven ligt gevoelig. Voor je het weet word je beticht van discriminatie. Zo wordt het in dit verband niet genoemd, want Joden hebben een eigen vocabulaire voor woorden als discriminatie, volkerenmoord en kolonisatie, namelijk antisemitisme, Holocaust en zionisme. Ik ga toch proberen te schrijven.

Val van het Ottomaanse Rijk

De val van het Ottomaanse Rijk was een keerpunt in de geschiedenis van het Midden-Oosten en droeg bij aan het ontstaan van de staat Israël in 1948. Het Ottomaanse Rijk heerste van 1517 tot 1917 over Palestina, een gebied waar verschillende religieuze en etnische groepen samenleefden, waaronder Arabische moslims, christenen en Joden. Gedurende deze periode was Palestina een relatief rustige provincie binnen het rijk, met beperkte inmenging van buitenaf en zonder duidelijke afbakening van nationale identiteiten zoals die later zouden ontstaan.

De Ottomaanse machthebbers stonden migratie van Joodse gemeenschappen uit Europa naar Palestina toe, hoewel deze migratie tot het einde van de negentiende eeuw vrij beperkt bleef. Rond de eeuwwisseling woonden ca. 10.000 Joden in het gebied. De situatie veranderde aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, toen het Ottomaanse Rijk tekenen van zwakte begon te vertonen en nationalistische bewegingen opkwamen.

Eind negentiende eeuw ontstond onder Europese Joodse gemeenschappen de behoefte aan een nationaal thuisland voor Joden in Palestina, deels als reactie op de toenemende discriminatie in Europa. Uit diverse landen, met name uit Oost-Europa, begonnen Joodse migranten zich in toenemende mate in Palestina te vestigen. Dit proces werd mogelijk gemaakt door het relatief open beleid van het Ottomaanse bestuur, maar werd al snel een bron van spanningen met de lokale Arabische bevolking.

Het Ottomaanse Rijk begon in de tweede helft van de negentiende eeuw sterk te verzwakken. Interne corruptie, economische achterstand en verlies van gebieden aan Europese mogendheden, leidden tot een steeds instabielere situatie. De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) betekende het definitieve einde. Het Ottomaanse Rijk koos de zijde van de Centrale Mogendheden en werd na de oorlog uiteengereten door de overwinnaars.

Mandaatgebieden

Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakten de Britten en de Fransen geheime afspraken over de verdeling van de Ottomaanse gebieden in het Midden-Oosten, vastgelegd in het Sykes-Picot-akkoord van 1916. Palestina kwam hierdoor onder invloed van Groot-Brittannië te staan. In 1917 gaf de Britse regering de zogeheten Balfour-verklaring uit, waarin werd gesteld dat Groot-Brittannië de vestiging van een ‘nationaal tehuis voor het Joodse volk’ in Palestina zou steunen, met behoud van de burgerrechten van bestaande niet-Joodse gemeenschappen. Deze verklaring legde een fundament voor toekomstige Joodse immigratie en versterkte het zionistische streven.

Na de formele ontbinding van het Ottomaanse Rijk in 1922 kreeg Groot-Brittannië van de Volkenbond het mandaat over Palestina. Dit betekende dat Groot-Brittannië verantwoordelijk werd voor het bestuur van Palestina, met als taak het uitvoeren van de Balfour-verklaring. Gedurende de mandaatperiode nam de Joodse immigratie toe, mede dankzij Britse steun en internationale ontwikkelingen, zoals de opkomst van het nazisme. De demografische veranderingen en het economische succes van de nieuwe Joodse gemeenschappen wakkerden spanningen aan met de Arabische bevolking, die zich steeds meer bedreigd voelde in haar positie.

Zowel de Arabische als de Joodse bevolking streefde naar zelfbeschikking. Het Arabische nationalisme was mede ontstaan als reactie op het Ottomaanse bestuur en werd verder versterkt door de toegezegde onafhankelijkheid tijdens de Eerste Wereldoorlog, toezeggingen die na de oorlog niet werden nagekomen. In de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw namen de spanningen tussen beide bevolkingsgroepen toe, wat leidde tot gewelddadige confrontaties, zoals de Arabische Opstand van 1936-1939. Pogingen van de Britten om tot compromissen te komen, zoals de Peel-commissie en het Witboek van 1939, faalden. De tegenstelling tussen het streven naar een Joodse staat en het Arabische verzet daartegen was inmiddels onoverbrugbaar geworden.

Na de Holocaust, die als dramatische katalysator voor het zionisme diende, nam de internationale steun voor een Joodse staat toe. In 1947 stelde de VN een verdelingsplan voor, waarmee er een Joodse en een Arabische staat in Palestina zouden komen. De Joodse leiders accepteerden het plan, de Arabische leiders wezen het om begrijpelijke redenen af. De zionistische kolonisatie door Europese Joden was in hun ogen een gruwel. Nu nog roepen Israëliërs bij discussies over een tweestatenoplossing “Wij wilden wel maar zij niet!” 

Na de Tweede Wereldoorlog werd de situatie in Palestina onhoudbaar. De Holocaust zorgde voor een wereldwijde toename van steun voor het zionistische project en een sterke toename van Joodse immigratie naar Palestina. De kolonisten pleegden terreurdaden tegen onder andere de Britse vertegenwoordiging. De Britten zagen zich uiteindelijk genoodzaakt het probleem over te dragen aan de Verenigde Naties. 

Kolonisatie

Het zionisme ontstond in een periode van groeiend antisemitisme in Europa en de pogingen om de Joodse kwestie op te lossen. De beweging werd vernoemd naar Zion, in verhalen in de Hebreeuwse Bijbel één van de bergen van Jeruzalem.

Theodor Herzl, vaak gezien als de grondlegger van het politieke zionisme, publiceerde in 1896 Der Judenstaat, waarin hij pleitte voor een onafhankelijke Joodse staat als antwoord op eeuwenlange vervolging en uitsluiting. Het eerste zionistische congres vond plaats in Bazel in 1897. Hier werden de contouren geschetst voor het streven naar een ‘thuisland’ voor het Joodse volk in Palestina. Deze idealen werden gedeeld door veel Joden in Europa, vooral in het voormalige Russische Rijk, waar pogroms en discriminatie hen tot wanhoop dreven. Eerst was het zionisme een minderheidsstroming binnen het Joodse volk: veel Joden zagen meer heil in integratie in de landen waar men woonde, of steunden alternatieve vormen van Joodse zelfbeschikking elders in de wereld.

Vanaf het begin van de twintigste eeuw groeide de Joodse immigratie naar Palestina. De eerste, tweede en derde aliyah (Hebreeuws voor Joodse immigratie naar Israël, letterlijk ‘opgang’) brachten tienduizenden Joden naar het vermeende historische land van hun verre voorouders. Met idealen van socialistische pioniersgeest werden kibboetsen gesticht, woestijnen ontgonnen en een eigen Hebreeuwse cultuur herboren. Toch ontstonden al snel spanningen met de bestaande Arabische bevolking. Waar zionisten het land zagen als een ‘land zonder volk voor een volk zonder land’, ervoeren Palestijnse Arabieren deze kolonisatie als een bedreiging voor hun bestaanszekerheid en identiteit. In de praktijk leidde de zionistische landaankoop en bouw van Joodse nederzettingen tot economische, sociale en politieke conflicten die een blijvende wrijving veroorzaakten.

In 1948 riep David Ben-Gurion de onafhankelijkheid van Israël uit. Het gevolg was de eerste Arabisch-Israëlische oorlog en de Nakba (catastrofe) voor de Palestijnen: honderdduizenden werden verdreven of vluchtten, dorpen werden verwoest en een nieuw vluchtelingenvraagstuk ontstond. Voor zionisten was de stichting van Israël de vervulling van eeuwenlang streven naar veiligheid en autonomie; voor Palestijnen en een groot deel van de Arabische wereld werd het zionisme synoniem voor kolonisatie, onteigening en onrecht.

Soms wordt onvoldoende beseft dat sprake was van gewelddadige kolonisatie van al bewoond gebied in het Midden-Oosten door immigranten overwegend uit Oost-Europa, meer specifiek het toenmalige Russische Rijk. Een goede illustratie hiervan vormt de herkomst van de leden van het eerste Israëlische kabinet, gevormd door David Ben-Gurion op 10 maart 1949. Slechts één lid werd geboren op grondgebied dat nu tot Israël behoort.

David Ben-Gurion: Płońsk, Polen (toen het Russische Rijk)

Dov Yosef: Montreal, Canada

Zalman Shazar: Minsk, nu Wit-Rusland (toen het Russische Rijk)

Moshe Sharett: Kherson, nu Oekraïne (toen het Russische Rijk)

Eliezer Kaplan: Minsk, nu Wit-Rusland (toen het Russische Rijk)

Haim-Moshe Shapira: Grodno, nu Wit-Rusland (toen het Russische Rijk)

Pinchas Rosen: Berlijn, Duitsland

Golda Meir: Kiev, nu Oekraïne (toen het Russische Rijk)

Bechor-Shalom Sheetrit: Tiberias, nu Israël (toen het Ottomaanse Rijk)

Yehuda Leib Maimon: Mărculești, nu Moldavië (toen het Russische Rijk)

David Remez: Kopys, nu Wit-Rusland (toen het Russische Rijk)

Yitzhak-Meir Levin: Góra Kalwaria, Polen (toen het Russische Rijk)

Zelfs de leden van de huidige Israëlische regering en hun ouders zijn veelal niet in Israël geboren. Israël is een kolonie van vooral Europese kolonisten.

Albert Einstein over een Joodse Staat

Albert Einstein, zelf Joods en een uitgesproken humanist, had een genuanceerde opinie over het idee van een Joodse staat. Vanaf het begin van de twintigste eeuw was Einstein betrokken bij de zionistische beweging, maar zijn steun was vooral cultureel en humanitair van aard, niet per se politiek. Hij geloofde in de noodzaak van een veilige plek voor Joden na eeuwen van vervolging, vooral zichtbaar sinds de opkomst van het Europese antisemitisme, maar hij was kritisch tegenover het idee van een exclusieve nationale staat. 

Einstein vreesde (terecht, naar nu blijkt) dat een staat gebaseerd op etniciteit of religie tot nieuwe vormen van nationalisme en conflicten zou leiden. In brieven en essays sprak hij de hoop uit dat Joden en Arabieren samen vreedzaam konden leven in Palestina, gebaseerd op gelijkheid en wederzijds respect. In 1947, rond de oprichting van Israël, benadrukte Einstein dat hij geen ‘klassieke natiestaat’ nastreefde, maar een samenleving waarin culturele autonomie en samenwerking centraal stonden.

Na de stichting van Israël bleef Einstein zich uitspreken voor Arabisch-Joodse co-existentie en waarschuwde hij voor het gevaar van machtsmisbruik en segregatie. Hij wees het presidentschap van Israël af, onder meer omdat hij zichzelf zag als een pleitbezorger van universele mensenrechten, niet van een nationalistische koers. Zijn visie was daarmee vooruitstrevend, kritisch en idealistisch: een pleidooi voor een Joodse thuishaven zonder exclusiviteit, met oog voor gerechtigheid en menselijke waardigheid voor iedereen.

De ontwikkelingen na 1948

In de eerste decennia na de oprichting van Israël lag de focus op natievorming, absorptie van Joodse migranten uit Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten, en het bouwen van een moderne, democratische rechtsstaat. Het zionisme werd de dominante staatsideologie, waarbij verschillende stromingen – van religieus tot socialistisch – samensmolten in één nationale beweging. Kritiek bleef echter bestaan, zowel van binnenuit als van buitenaf. In Israël zelf waren er spanningen tussen Ashkenazische en Sefardische Joden, tussen seculieren en religieuzen, en rond de positie van de Arabische minderheid. Internationaal groeide de kritiek op Israëlische politiek ten aanzien van Palestijnen, met name na de Zesdaagse Oorlog van 1967 en de langdurige bezetting van de Westelijke Jordaanoever, Gaza en Oost-Jeruzalem.

Het zionisme worstelt tot op de dag van vandaag met fundamentele vragen: kan een Joodse staat werkelijk democratisch en inclusief zijn voor alle burgers, ongeacht afkomst? Hoe verhoudt Joodse zelfbeschikking zich tot de rechten en wensen van het Palestijnse volk? Voorstanders benadrukken dat het zionisme zorgde voor een veilige haven voor Joden wereldwijd, een bloeiende economie, en een levendige democratische cultuur. Tegenstanders wijzen op structurele ongelijkheid, discriminatie van Palestijnen, en de permanente staat van conflict die het Midden-Oosten blijft teisteren. 

Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw is er binnen Israël een post-zionistisch debat op gang gekomen. Historici en intellectuelen stellen lastige vragen over de mythen van de nationale staat, de omgang met etnische minderheden, en over het geweld en de onteigening die gepaard gingen met de vorming van Israël. Internationaal wordt het zionisme steeds meer ter discussie gesteld, zeker in relatie tot de voortdurende bezetting en de bouw van Joodse nederzettingen in bezet gebied, wat illegaal is onder internationaal recht. De Israëlische politiek en het zionisme worden daardoor vaak onderwerp van boycots, sancties en felle polemieken.

Terroristische apartheidsstaat

Ontwikkelingen in en om Israël in de afgelopen decennia vonden georkestreerd door de Israëlische regeringen plaats in de luwte van andere wereldgebeurtenissen en gesteund door propaganda van de sterke wereldwijde pro-Israël-lobby. Sugar daddy de VS is politiek in de greep van Israël. De pro-Israël-lobby aldaar bestaat uit een netwerk van organisaties, denktanks en groepen die pleiten voor sterke betrekkingen tussen de VS en Israël en het Amerikaanse buitenlandse beleid beïnvloeden ten gunste van Israël. Het betreft groepen als het American Israel Public Affairs Committee (AIPAC) en Political Action Committees (PAC’s). Zij financieren leden van de Senaat en het Huis van Afgevaardigden, met als doel beleid te ontwikkelen dat de betrekkingen tussen de VS en Israël ten goede komt.

De pro-Israël-lobby maakt regelmatig gebruik van de Thora om aanspraken op het ‘beloofde land’ te rechtvaardigen, en verwijten van antisemitisme en verwijzingen naar de Holocaust als stokken om criticasters mee te slaan. De term ‘het beloofde land’ is ontleend aan een duizenden jaren oude fabel in het boek Genesis van de Joodse bijbel de Thora, waarin een god aan ene Abraham beloofde dat zijn nakomelingen het land Kanaän zouden bezitten. Dit beloofde land zou volgens een opvatting ervan grotendeels samenvallen met het grondgebied van de huidige staat Israël plus de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever, de Golanhoogten en aangrenzende delen van Syrië en Jordanië. Geen enkel ander land krijgt het voor elkaar om politiek garen te spinnen bij duizenden jaren oude religieuze fabels, maar het is de zionisten gelukt.

Israël bezet sinds de Zesdaagse Oorlog in 1967 illegaal buitenlands grondgebied; de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem, de Gazastrook (ook voor de oorlog in belangrijke mate onder controle van Israël), de Golanhoogten en delen van Zuid-Libanon. Israël bevecht de lokale legale bewoners, vaak tot de dood toe, vernietigt hun leefgemeenschappen, scholen, voorzieningen, woningen en bezittingen, en neemt hun grondgebied in beslag voor kolonisatie, het ontwikkelen en bouwen van illegale Israëlische nederzettingen. De bezette gebieden worden onder Israëlisch administratief en militair bestuur geplaatst. In de bezette Palestijnse gebieden zijn de inwoners onderworpen aan de militaire wetten van Israël. Legitiem verzet van de oorspronkelijke bewoners wordt door Israël als ‘terrorisme’ aangemerkt en als zodanig bestreden. Daarbij worden ook huizen en andere bezittingen van (waarschijnlijk eveneens) onschuldige familieleden van vermeende terroristen vernietigd.

De status van Israël als apartheidsstaat is formeel door de Israëlische wetgever bevestigd met de Wet op de Natiestaat, die op 19 juli 2018 in werking trad. Deze wet, een basiswet met grondwettelijke status, verklaart Israël tot natiestaat van het Joodse volk, bestemd voor zelfbeschikking van alle Joden in de wereld, met Hebreeuws als enige officiële taal. Arabisch, dat eeuwenlang de voertaal was in de regio, heeft een ongedefinieerde ‘speciale status’. De wet omschrijft het land van Israël, in het traditionele spraakgebruik geheel historisch Palestina inclusief de door Israël bezette gebieden, als ‘het historische thuisland van het Joodse volk, waarin de staat Israël werd gevestigd’. Jeruzalem, inclusief het bezette Oost-Jeruzalem, wordt als hoofdstad van Israël aangemerkt. De wet legt typisch Joodse symbolen vast, zoals de vlag, het volkslied, de Hebreeuwse kalender, de sabbat en Joodse feestdagen.

De westerse wereld heeft deze ontwikkelingen om drie redenen de facto gedoogd en is medeplichtig, ondanks een aantal afkeuringen en het formeel niet erkennen van bepaalde aanspraken van Israël. (i) Israël zou een militaire veiligheidsbuffer vormen tussen het Westen en de Arabische wereld en moslimextremisme. De VS geeft langdurig jaarlijks miljarden dollars aan militaire steun aan Israël. (ii) Veel conservatieve christenen steunen Israël blind en onvoorwaardelijk vanwege de gezamenlijke religieuze historie van deze twee abrahamitische monotheïstische religies. (iii) Het Westen heeft een collectief schuldgevoel naar Joden, omdat Joden sinds de Oudheid, eerst vooral om religieuze maar later ook om andere redenen, in veel Europese landen werden gediscrimineerd, vervolgd en gedood, wat culmineerde in de genocide door de nazi’s.

De Israël-lobby is goed georganiseerd. Met grote regelmaat verschijnen rapporten waarin erop wordt gehamerd dat Palestijnen en Palestijnse mensenrechtenorganisaties terroristen zijn, dat het antisemitisme in Westerse landen – vooral van politiek links en Palestijnse organisaties – schrikbarend toeneemt, en dat het bewustzijn over de Holocaust in Westerse landen schrikbarend afneemt. Rapporten over laatstgenoemde vermeende ontwikkeling worden bij voorkeur gepubliceerd in de aanloop naar Holocaust-herdenkingen. De rapporten bevatten dikwijls tendentieuze en suggestieve conclusies zonder goede wetenschappelijke onderbouwing.

Gaza

Hamas, een afkorting voor het Arabische Harakat almuqawana al-Islamy (De Islamitische Verzetsbeweging) is niet zonder meer te vergelijken met andere gewelddadige islamitische groeperingen. Hamas is ontstaan als reactie op de Israëlische bezetting van Palestijns grondgebied. Zonder de terreur van Hamas goed te praten, moet er begrip bestaan voor gewelddadig verzet tegen de Israëlische koloniale terreur, nadat decennialang geweldloos verzet geen enkel effect heeft gehad en Israël zich niets aantrekt van gerechtvaardigde eisen van het Palestijnse volk of resoluties van de Verenigde Naties. Israël walst onverminderd door. 

De terreuraanslagen van Hamas van 7 oktober 2023 zijn een welkome aanleiding voor de Israëlische regering om Gaza vrijwel geheel te vernietigen, tienduizenden Palestijnen te vermoorden en het gebied etnisch te zuiveren. Dat hier sprake is van genocide wordt breed erkent, maar de wereld grijpt niet in. Met ongekend machtsvertoon en militair geweld, waartoe Israël slechts in staat is door de omvangrijke militaire en financiële hulp van de VS, wordt Gaza platgebombardeerd en worden Palestijnse burgers met satanisch genoegen door scherpschutters geliquideerd. Met voor dit doel aangepaste bulldozers D9 van Caterpillar worden huizen, gebouwen, wegen en landbouwgrond vernietigd. Wat Hamas deed was erg, wat Israël doet is ten minste duizendmaal erger.

Uit beelden blijkt dat het Israëlische leger geen enkele moeite heeft met sadistische gruweldaden omdat Palestijnen als minder dan dieren worden beschouwd. In de schaduw van dit geweld gaat de brute gewelddadige kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever en andere bezette gebieden gestaag door. Palestijnen worden door zwaarbewapende kolonisten, onder toeziend oog van het Israëlische leger, met geweld van hun land verjaagd. Hun eigendommen worden vernietigd. De Palestijnse samenleving wordt van de aardbodem weggevaagd.

De gruwelen waaraan Israël zich schuldig maakt zijn ongekend. Waar Einstein bang voor was is vele malen erger realiteit geworden. Het etnisch-religieus nationalisme is ontaard in judeo-fascisme. Israël is een koloniale, etnisch-religieuze en terroristische apartheidsstaat.

Giftige cocktail

De Israël-adepten vinden doorgaans alles en iedereen antisemitisch, als gemakkelijke stok om te slaan en ter bevestiging van het eeuwige slachtofferschap. Bij het zoeken naar de oorzaken van het ontstaan van deze koloniale, etnisch-religieuze, terroristische apartheidsstaat, zoek je naar gemeenschappelijke kenmerken van een deel van de betrokkenen die hiervan voornamelijk de aanstichters zijn. Dan begeef je je op glad ijs van generalisatie. Dus op voorhand: de ‘goeden’ niet te na gesproken.

De ‘fouten’ vormen de facto een macabere sekte. Zij zijn er blind van overtuigd dat een groot deel van het Midden-Oosten hen toekomt op grond van duizenden jaren oude fabels uit heilige boeken. De oorspronkelijke bewoners horen er volgens hen niet thuis. Zij beschouwen zich op basis van andere fabels uit deze boeken het uitverkoren volk, dat superieur is aan anderen. Arabieren en Palestijnen in het bijzonder beschouwen zij als minder dan dieren. 

Zij zijn zo overtuigd van hun eigen gelijk dat zij ronduit liegen en bedriegen over de vermeende democratie in hun land, dat in feite een theocratie is, dat Israël voor iedereen gelijke rechten kent, terwijl het een apartheidsstaat is, en dat het Israëlische leger het meest morele leger ter wereld is, terwijl het op de ranglijst naar moraliteit waarschijnlijk onderaan staat. Kolonisten eigenen zich met grof geweld steeds meer grondgebied in de bezette gebieden toe en doen of het de gewoonste zaak van de wereld is. Het gaat te ver om alle misdaden op te sommen. Israël is het resultaat van deze giftige cocktail. De wereld kijkt ernaar en laat het gaan.

Marechaussee

De scholen zijn uit. De dienst van de marechaussees zit erop. Even een dot gas en de terreinwagens rijden naar de kazerne. Ik betwijfel of het risico rond de Joods-orthodoxe scholen de zware bewaking rechtvaardigt. Zijn er ook zoveel zorgen over de veiligheid van Islamitische scholen? Waarschijnlijk niet, maar de Joodse lobby is effectiever en kan rekenen op een luisterend en begripvol publiek. Joden spelen succesvol het eeuwige slachtoffer. Wanneer ik morgen ga ontbijten scharrelen de marechaussees weer met een zaklamp rond de scholen. Misschien is er wel een explosief geplaatst.


[1] De informatie in dit artikel is mede met behulp van artificial intelligence verzameld.